Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2017

Onder 17.05 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1613.

24. Meer in het algemeen kan aan het voorgaande worden toegevoegd dat het EHRM aan het niet doen plaatsvinden van een ondervraging of aan het doen plaatsvinden van een ondervraging onder te beperkende voorwaarden niet het rechtsgevolg van bewijsuitsluiting verbindt. Het rechtsgevolg is eerst en vooral dat de bewezenverklaring niet in beslissende mate op de betreffende getuigenverklaringen mag berusten. Dat wordt geïllustreerd door de uitspraken van het EHRM waar de toelichting op het middel naar verwijst. In EHRM 19 juli 2012, Hümmer v. Duitsland, appl. nr. 26171/07 bijvoorbeeld deden de getuigen die in het vooronderzoek verklaringen hadden afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting een beroep op het verschoningsrecht dat zij als familieleden hadden. Het EHRM geeft aan dat art. 6 EVRM geschonden kan zijn als een veroordeling solely or to a decisive degree gebaseerd is op verklaringen van een getuige die de verdediging niet heeft kunnen ondervragen (rov. 42). Over bewijsuitsluiting wordt niet gerept.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09e672ecad83af70b2b1f3040f7c4b550b2152c1ce20b50014e57ca53e942087. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09e672ecad83af70b2b1f3040f7c4b550b2152c1ce20b50014e57ca53e942087, en de alinea staat in dat document op bytes 125071 tot 126206.