Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2017

Onder 17.05 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1613.

28. Voorts blijkt uit de toelichting (2.2) dat de steller van het middel zijn betoog in de sleutel zet van de motiveringsvereisten voor het gebruik van verklaringen alsmede processen-verbaal afkomstig van beperkt anonieme getuigen. Uit het arrest wordt niet meteen duidelijk welke getuigen als beperkt anonieme getuigen zijn gehoord en welke getuigen als bedreigde (en derhalve anonieme) getuigen zijn gehoord. Daarom heb ik het strafdossier geraadpleegd. Daarin bevinden zich de processen-verbaal van verhoor van getuigen bij de rechter-commissaris alsmede een daaraan voorafgaande beschikking waaruit blijkt dat de opsporingsambtenaren A1274 en A1275 door de rechter-commissaris zijn aangemerkt als bedreigde getuige als bedoeld in art. 226a Sv, terwijl B1002 en B1040 op basis van art. 190, tweede lid, Sv zijn gehoord als beperkt anonieme getuige . Dientengevolge gaat het bij de achttien bewijsmiddelen die in de toelichting onder 1.2 worden genoemd slechts in vier gevallen om processen-verbaal van bevindingen van beperkt anonieme getuigen. Ik zal mij in het navolgende eerst richten op deze vier bewijsmiddelen. Daarna zal ik bekijken of voor de processen-verbaal van opsporingsambtenaren die later als bedreigde getuige zijn gehoord vergelijkbare motiveringseisen gelden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09e672ecad83af70b2b1f3040f7c4b550b2152c1ce20b50014e57ca53e942087. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09e672ecad83af70b2b1f3040f7c4b550b2152c1ce20b50014e57ca53e942087, en de alinea staat in dat document op bytes 127462 tot 128959.