Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2017

Onder 30 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1613.

9. Daar komt bij dat de e-mailberichten van de advocaat-generaal waar het middel een beroep op doet naar het mij voorkomt niet de toezegging bevatten die de steller van het middel erin wil lezen. De advocaat-generaal spreekt in deze e-mailberichten slechts de eigen verwachtingen en opvattingen omtrent de wenselijke afloop van de strafzaak uit. Dat de advocaat-generaal de leiding van het RP bijvoorbeeld voor wil stellen ‘de zaak te beslechten met een vordering tot n.o. verklaring + inwilliging verzoek 89 Sv’ is geen toezegging dat het zo zal lopen; dat de advocaat-generaal het ‘volkomen te billijken (vindt) dat een einde aan de vervolging gemaakt wordt’ evenmin. Uit de mededelingen van de advocaat-generaal valt duidelijk op te maken dat het hof het laatste woord zal hebben over de niet-ontvankelijkheid; de advocaat-generaal voert immers in zijn berichten aan wanneer een verzoek ex art. 36 Sv niet door de verdediging zal worden ingediend, ‘alsnog de niet-ontvankelijkheid van het OM te (zullen) vorderen’. Ook op deze grond faalt het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09e672ecad83af70b2b1f3040f7c4b550b2152c1ce20b50014e57ca53e942087. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09e672ecad83af70b2b1f3040f7c4b550b2152c1ce20b50014e57ca53e942087, en de alinea staat in dat document op bytes 23771 tot 24851.