Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2017
Onder 30 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1613.
Op 13 februari 2005 was-ik in Rotterdam. [betrokkene 2] vroeg mij wanneer ik naar Engeland zou gaan en hoe snel ik het transport voor hem kon regelen. [verdachte] vroeg mij of het transport kon doorgaan en wanneer dit kon plaatsvinden. Volgens [betrokkene 2] had [verdachte] grote problemen, omdat een Turkse man in Turkije een partij van vijftig kilo heroïne kwijt was geraakt. [verdachte] vertelde mij dat hij in grote problemen verkeerde. Ik sprak met [betrokkene 2] en [verdachte] af dat ik hen vanuit Engeland zou berichten of het transport van—vijftig kilo—heroïne doorgang kon vinden. Volgens [verdachte] en [betrokkene 2] was het mogelijk om deze partij van vijftig kilo door mijn mensen in Engeland te laten afnemen. [verdachte] vertelde mij dat, indien het transport de eerste keer goed werd uitgevoerd, het voor hem geen probleem was om vervolgens elke week 150 kilo heroïne naar Engeland te laten gaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09e672ecad83af70b2b1f3040f7c4b550b2152c1ce20b50014e57ca53e942087. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09e672ecad83af70b2b1f3040f7c4b550b2152c1ce20b50014e57ca53e942087, en de alinea staat in dat document op bytes 46242 tot 47229.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/09e672ecad83af70b2b1f3040f7c4b550b2152c1ce20b50014e57ca53e942087 | shasum -a 256