Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2017

Onder 3.5. Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:171.

Het is echter de vraag of dat wat de annotator inlas in het arrest ook daadwerkelijk door de Hoge Raad is gezegd, namelijk dat de niet-ontvankelijkheid als een onvermijdelijke sanctie werd geaccepteerd. Scrutineuze lezing van ’s Hogen Raads arrest leidt tot de conclusie dat niet meer of anders is overwogen dan dat het oordeel van het hof, dat de handelwijze van de officier van Justitie onrechtmatig is geweest, geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Voor een dergelijke precieze lezing is alle aanleiding omdat het cassatieberoep door het OM was ingesteld en in het middel niet werd geklaagd over het rechtsgevolg dat aan de handelwijze van het OM werd verbonden: alleen het onderliggende oordeel dat sprake was van onrechtmatig handelen stond zodoende ter discussie. Wat de Hoge Raad op dat punt opmerkte kan overigens op zichzelf al baanbrekend genoemd worden, omdat aan de combinatie van beginselen van een goede procesorde en art. 6 EVRM in de procesfase tussen de eerste aanleg en het hoger beroep normerende kracht werd toegekend. Volgens de bepaling van art. 414 Sv mag in hoger beroep (naast de verdachte) het OM (onder meer) nieuwe bescheiden of stukken van overtuiging overleggen. Maar, zo leert het arrest, de hantering van die bevoegdheid is nader genormeerd, door de genoemde beginselen en art. 6 EVRM. Dat was nieuw en het arrest bouwde aldus de rol van beginselen van een goede procesorde in het strafproces verder uit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4e1cb0a547b87ede47d23d23ab52156312c1bdf447c84907c7cb8dc6a92f802. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4e1cb0a547b87ede47d23d23ab52156312c1bdf447c84907c7cb8dc6a92f802, en de alinea staat in dat document op bytes 13765 tot 15293.