Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2017

Onder 4.6. Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:171.

Intussen is de rechtspraak van het EHRM ook in beweging. Na de beslissing van de Grote Kamer van het EHRM inzake Al-Khawaja en Tahery, in 2011 heeft dezelfde Grote Kamer in de zaak Schatschaschwili zich recentelijk nogmaals uitgelaten over art. 6 lid 3 sub d EVRM, voor zover het betreft het recht van de verdachte om getuigen à charge, of, in de Engelse tekst, ‘witnesses against him’, te ondervragen. In de zaak van Al-Khawaja en Tahery spitste het oordeel van EHRM zich toe op de vraag naar ‘sole or decisive evidence’. Eerder leek het er op dat bij dergelijk doorslaggevend bewijs altijd het ondervragingsrecht moet kunnen worden uitgeoefend. Maar, waar het uiteindelijk, aldus het hof, op neerkomt is of de verdachte een ‘fair hearing’ heeft gehad. Daarom moet die regel niet op een inflexibele manier worden toegepast (par. 146):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4e1cb0a547b87ede47d23d23ab52156312c1bdf447c84907c7cb8dc6a92f802. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4e1cb0a547b87ede47d23d23ab52156312c1bdf447c84907c7cb8dc6a92f802, en de alinea staat in dat document op bytes 32512 tot 33566.