Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:173.
Het hof, oordelend dat indien komt vast te staan dat de man niet de biologische vader van [de minderjarige] is het beroep van de man op dwaling bij de erkenning van [de minderjarige] slaagt, heeft – zo volgt uit rov. 2.10 tot en met 2.16 – toepassing gegeven aan art. 1:205 lid 1, aanhef en sub b, BW. Het oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De waardering van bewijs is voorbehouden aan de feitenrechter en deze heeft daarbij een grote mate van vrijheid. Het oordeel van het hof dat de man erin is geslaagd om te bewijzen dat hij alvorens op 18 januari 2013 [de minderjarige] te erkennen ervan overtuigd is geraakt dat hij de biologische vader van [de minderjarige] was en dat hij deze overtuiging heeft gekregen door berichten en mededelingen van de vrouw en van [betrokkene] c.q. degene die de mail van [betrokkene] aan de man heeft gestuurd, en dat de door de man overgelegde getuigenverklaringen dit oordeel bevestigen, kan in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Naar hieronder zal blijken is het oordeel niet onbegrijpelijk of anderszins onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69, en de alinea staat in dat document op bytes 37233 tot 38412.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69 | shasum -a 256