Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Onder 3.12.1 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:173.
Kennelijk heeft deze stelling van de vrouw betrekking op de whatsapp-berichten die als productie 2 bij de brief van de vrouw van 21 januari 2014 zijn overgelegd. Het betreft een 23 pagina’s tellend overzicht van whatsapp-berichten in de periode 27 februari 2013 tot en met 14 september 2013. Het middel geeft niet voldoende specifiek aan uit welk(e) bericht(en) uit 2013 volgt dat ’s hofs waardering van het bewijs onbegrijpelijk is en waarom. Op dit punt faalt het middel omdat het niet voldoet aan de daaraan op de voet van artikel 426a lid 2 Rv te stellen eisen. Voor zover Uw Raad anders mocht oordelen, zal ik stelling 3 hieronder kort bespreken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69, en de alinea staat in dat document op bytes 47438 tot 48171.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69 | shasum -a 256