Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Onder 3.13.2 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:173.
Verder volgt uit de stellingname van de man (zoals weergegeven in rov. 2.13) reeds dat de man de door de vrouw gestelde afspraak betwist. Het hof, oordelend dat indien komt vast te staan dat de man niet de biologische vader van [de minderjarige] is het beroep van de man op dwaling bij de erkenning van [de minderjarige] slaagt, heeft hiermee (impliciet) ook geoordeeld dat de stelling van de vrouw inzake de door haar gestelde afspraak niet opgaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69, en de alinea staat in dat document op bytes 51079 tot 51542.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69 | shasum -a 256