Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:173.

“(…) De teneur van geïntimeerdes [de vrouw, A-G] berichten aan appellant [de man, A-G] waarin de gedachte kan worden afgeleid dat geïntimeerde [bedoeld zal zijn: de man, A-G] de biologische vader van het kind is, is niet noodzakelijkerwijs een aanwijzing voor geïntimeerdes bedoeling appellant van diens vaderschap te overtuigen, doch kan zeer wel uiting zijn van de wens om, na de afspraak dat appellant [de man] vader voor het kind zal zijn, ieders brein te (re) formeren in de richting van deze afspraak.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69, en de alinea staat in dat document op bytes 51887 tot 52418.