Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Onder 3.14.2 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:173.

De vrouw heeft in cassatie als zodanig niet bestreden het oordeel van het hof dat de man, alvorens op 18 januari 2013 [de minderjarige] te erkennen, de overtuiging dat hij de biologische vader van [de minderjarige] was, heeft gekregen door berichten en mededelingen van (onder meer) de vrouw (rov. 2.14). Uit het in dat opzicht onbestreden oordeel van het hof volgt, mede gezien de stellingname van de man (zoals samengevat in rov. 2.13), dat het hof van oordeel is dat de berichten van de vrouw aan de man weldegelijk tot doel hadden de man van diens vaderschap te overtuigen (en dus niet gelezen moeten worden in het licht van de door de vrouw gestelde afspraak, op een wijze zoals door de bijzondere curator is betoogd). De klacht ten aanzien van stelling 15 faalt derhalve bij gebrek aan belang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69, en de alinea staat in dat document op bytes 53299 tot 54146.