Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:173.
Ook de klacht ten aanzien van stelling 7 faalt. Uit de overweging van het hof dat de getuigenverklaringen van [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] het oordeel van het hof bevestigen (rov. 2.14, slot) volgt dat het hof de bezwaren van de vrouw, voor zover al juist, niet doorslaggevend heeft geacht. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Zoals eerder werd aangegeven is de waardering van bewijs voorbehouden aan de feitenrechter en heeft deze daarbij een grote mate van vrijheid. Anders dan het middel lijkt te betogen, was het hof ook niet gehouden te motiveren waarom het al dan niet geloof hecht aan de verklaringen van deze getuigen. Verder volgt uit de eerste volzin van rov. 2.14 dat de door de man ingebrachte berichten het oordeel van het hof zelfstandig kunnen dragen. In zoverre heeft de vrouw ook geen belang bij deze klacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69, en de alinea staat in dat document op bytes 54763 tot 55721.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69 | shasum -a 256