Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:173.

Zelfs al zou het hof stelling 8 hebben miskend (hetgeen niet het geval lijkt te zijn, nu het hof immers onder ogen heeft gezien dat zowel de vrouw als de bijzondere curator zich op het standpunt stelt dat van dwaling bij de man bij de erkenning geen sprake was, vgl. rov. 2.8 en 2.9), dan nog is van het voorbijgaan aan een essentiële stelling geen sprake. Het enkele feit dat de bijzondere curator, anders dan het hof, meent dat er geen sprake is geweest van dwaling bij de man ten tijde van de erkenning en de vrouw zich met het standpunt van de bijzondere curator kon verenigen, maakt het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk. Zie ook de subonderdelen A.2 en C.2.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69, en de alinea staat in dat document op bytes 55801 tot 56529.