Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Onder 3.21 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:173.

Zoals bij de bespreking van de subonderdelen A.1 en C.1 is toegelicht, heeft het hof in zijn tussenbeschikking van 4 juni 2015 niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd geoordeeld dat, indien komt vast te staan dat de man niet de biologische vader van [de minderjarige] is, het beroep van de man op dwaling bij de erkenning van [de minderjarige] slaagt. Het hof heeft, zoals reeds toegelicht, voornoemde stelling(en) van de bijzondere curator, voor zover van belang, in zijn oordeel betrokken maar vervolgens verworpen. In zoverre missen de klachten feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69, en de alinea staat in dat document op bytes 59785 tot 60372.