Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Onder 3.29 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:173.
Subonderdeel B.2 klaagt dat de overweging van het hof onjuist en/of onbegrijpelijk en/of onvoldoende gemotiveerd is, nu het hof de berichten van na de erkenning kennelijk niet van belang achtte omdat deze van na de erkenning dateren. Weliswaar dient bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van dwaling gekeken te worden naar het moment waarop zou zijn gedwaald, maar bij deze beoordeling kunnen weldegelijk ook berichten daterend van na de erkenning van belang zijn. Uit deze berichten kan immers ook volgen dat er ten tijde van de gestelde dwaling geen sprake was van dwaling (zoals in dit geval wegens twijfel aan de zijde van de man). Uit de motivering van het hof volgt ook niet dat het hof een en ander heeft onderkend, aldus subonderdeel B.2.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69, en de alinea staat in dat document op bytes 64715 tot 65602.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69 | shasum -a 256