Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:173.

De bijzondere curator geeft in zijn litigieuze brief van 29 september 2015 aan (na daartoe bij brief van het hof van 10 september 2015 desgevraagd aanhouding te hebben verkregen) te zullen reageren op – naar ik vermoed: de akte van de vrouw naar aanleiding van – het verzoek van het hof aan de vrouw om zich erover uit te laten of zij alsnog wil meewerken aan een DNA-onderzoek. Kennisneming van de brief van de bijzondere curator leert evenwel dat deze geen argumenten aandraagt voor of tegen medewerking aan het DNA-onderzoek als zodanig, maar – zoals in subonderdeel I onder 13 en 14 ook wordt aangegeven – (uitsluitend) argumenten bevat ten betoge dat de bij de man bestaande twijfel omtrent zijn biologisch vaderschap ten tijde van de erkenning niet was weggenomen. Het betoog van de bijzondere curator is dan ook geheel gezet in de sleutel van en mondt uit in een verzoek aan het hof om terug te komen van zijn bij beschikking van 4 juni 2015 gegeven beslissing dat de man heeft bewezen ten tijde van de erkenning overtuigd te zijn van zijn biologisch vaderschap. De brief van de bijzondere curator behelst derhalve uitsluitend het verzoek om terug te komen van de bindende eindbeslissing betreffende de gestelde dwaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69, en de alinea staat in dat document op bytes 71176 tot 72460.