Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:173.
De onderdelen A en C richten zich tegen rov. 2.12-2.16 van de tussenbeschikking van 4 juni 2015. Daarin bespreekt het hof, kort gezegd, de door de man ingebrachte bewijsmiddelen ter onderbouwing van zijn standpunt dat er ten tijde van de erkenning sprake was van dwaling (rov. 2.13 en 2.14) en hetgeen door de vrouw (en de bijzonder curator) daartegen is aangevoerd (rov. 2.15). Het hof komt tot het oordeel dat het beroep van de man op dwaling bij de erkenning van [de minderjarige] slaagt indien tevens komt vast te staan dat de man niet de biologische vader van [de minderjarige] is (rov. 2.14 en 2.16).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69, en de alinea staat in dat document op bytes 30305 tot 30962.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0842c8a0c8687243b313dc6a456408b00f90d897acaad099e87f2d2e3e3b2e69 | shasum -a 256