Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Onder 4.20 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:175.

De OK toetst dus of de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen (art. 26 lid 4 WOR). Volgens vaste jurisprudentie is dat in het algemeen niet het geval wanneer de ondernemer, bijvoorbeeld omdat hij er ten onrechte vanuit ging dat het besluit niet adviesplichtig was, een besluit heeft genomen zonder advies te vragen aan de OR. Volgens deze zogenaamde ‘Lingeziekenhuisdoctrine’ betekent niet nakomen van hetgeen in art. 25 WOR is bepaald dat de OR niet op de voorgeschreven wijze heeft kunnen kennis nemen van de inhoud van en de beweegredenen voor het voorgenomen besluit en dat hij daarop geen invloed heeft kunnen uitoefenen; en voorts dat de ondernemer niet op de voorgeschreven wijze heeft kunnen kennisnemen van de zienswijze van de OR, die juist in het belang van het goed functioneren van de onderneming in al haar doelstellingen ten behoeve van het overleg met en de vertegenwoordiging van de in de onderneming werkzame personen is ingesteld. Als een besluit wordt genomen zonder dat de OR zijn advies heeft kunnen geven, volgt daaruit dus in beginsel dat de ondernemer niet tot een juiste belangenafweging heeft kunnen komen. Een beroep door de ondernemer op druk van buiten en gebrek aan tijd, waardoor hij zich niet heeft gerealiseerd dat advies moest worden gevraagd, wordt daarom in beginsel niet door de OK gehonoreerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77a7e2718951e82a28ab89e364e260387e5c452d6eeada7e8568cd13e1fbf035. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77a7e2718951e82a28ab89e364e260387e5c452d6eeada7e8568cd13e1fbf035, en de alinea staat in dat document op bytes 58336 tot 59940.