Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Onder 4.27 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:175.
Er is geen reden aan te nemen dat het uitspreken van het faillissement van de (rechts)persoon die de onderneming in stand houdt als zodanig inhoudt dat niet meer van een onderneming in de zin van de WOR kan worden gesproken. Het faillissement van de rechtspersoon die de onderneming in stand houdt, leidt niet automatisch tot beëindiging van de, zoals de onderneming in de WOR-systematiek is, naar buiten toe zelfstandig opererende organisatorische eenheid waarin volgens arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht (hiervoor 4.5). Het is in veel gevallen wel zo dat de werkzaamheden spoedig na het uitspreken van het faillissement ophouden en dat (een deel van) het personeel wordt ontslagen. Dit zijn echter geen automatische gevolgen van het faillissement als zodanig, maar van keuzes die na het intreden daarvan door de curator worden gemaakt. Het faillissement van de (rechts)persoon als zodanig betekent dus niet het einde van de onderneming. Dat brengt niet alleen mee dat er dan ook nog een OR is, maar ook dat deze in beginsel adviesrechten heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77a7e2718951e82a28ab89e364e260387e5c452d6eeada7e8568cd13e1fbf035. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77a7e2718951e82a28ab89e364e260387e5c452d6eeada7e8568cd13e1fbf035, en de alinea staat in dat document op bytes 67886 tot 68989.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/77a7e2718951e82a28ab89e364e260387e5c452d6eeada7e8568cd13e1fbf035 | shasum -a 256