Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Onder 5.3 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:175.
“Mijn punt is dat na het constateren en het uitbrengen van advies over relevante zaken die men voornemens is te doen of te laten (…) een formele fase aanbreekt, zoals het aanvragen van het faillissement of het bepalen van de winstbestemming, waarvan het formele karakter elders in de wetgeving is vastgelegd. De medezeg-genschap heeft daar geen betrekking op. Als je dat wel wilt regelen, introduceer je medezeggenschap in het vennootschapsrecht of je introduceert medezeggenschap in het faillissementsrecht. Dat is dus een andere constructie, die verdergaat dan hetgeen ooit in het adviesrecht uit hoofde van artikel 25 is bedoeld. Het lijkt mij niet in de rede te liggen om dat te doen. Volgens mij is de noodzaak daartoe in de praktijk ook niet aangetoond. In ieder geval zou dit het karakter van de medezeg-genschap veranderen naarmate je de medezeggenschap wel in het vennoot-schapsrecht of het faillissementsrecht zou introduceren. Dat is mijn punt.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77a7e2718951e82a28ab89e364e260387e5c452d6eeada7e8568cd13e1fbf035. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77a7e2718951e82a28ab89e364e260387e5c452d6eeada7e8568cd13e1fbf035, en de alinea staat in dat document op bytes 87548 tot 88587.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/77a7e2718951e82a28ab89e364e260387e5c452d6eeada7e8568cd13e1fbf035 | shasum -a 256