Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Onder 5.16 ( Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:175.

(e) De WMCO. De WMCO verplicht de werkgever die voornemens is de arbeidsovereenkomsten van ten minste 20, in één werkgebied werkzame werknemers binnen 3 maanden te beëindigen, dit voornemen te melden aan het UWV en de belanghebbende vereniging van werknemers (de vakbond). Deze verplichting rust tijdens faillissement ook op de curator. De toepasselijkheid van de WMCO in faillissement staat dus niet ter discussie. Uit de wetsgeschiedenis van de WMCO blijkt dat het de bedoeling van de wetgever is geweest dat, als het voorgenomen collectief ontslag berust op een adviesplichtig besluit in de zin van de WOR, de OR dient te worden geraadpleegd. Art. 7 lid 1 van de WMCO verbindt een sanctie aan het niet raadplegen van de OR over het collectief ontslag: de kantonrechter kan het ontslag dan vernietigen of een billijke vergoeding toekennen. Deze sanctie is niet uitgesloten in faillissement. Ook (de wetsgeschiedenis van) de WMCO duidt er dus op dat een faillissement niet meebrengt dat het adviesrecht op grond van de WOR eindigt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77a7e2718951e82a28ab89e364e260387e5c452d6eeada7e8568cd13e1fbf035. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77a7e2718951e82a28ab89e364e260387e5c452d6eeada7e8568cd13e1fbf035, en de alinea staat in dat document op bytes 112327 tot 113676.