Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Onder 4.18 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:175.

Art. 25 WOR bevat een aantal voorschriften over de wijze waarop het adviesrecht moet worden uitgeoefend. Lid 2 bepaalt dat de ondernemer het te nemen besluit schriftelijk aan de OR voorlegt en dat dit op een zodanig tijdstip dient te gebeuren, dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. De OR wordt bij het vragen van advies een overzicht verstrekt van de beweegredenen voor het besluit, alsmede van de gevolgen die het besluit naar te verwachten valt voor de in de onderneming werkzame personen zal hebben en van de naar aanleiding daarvan voorgenomen maatregelen (lid 3). De OR dient ten minste éénmaal overleg te plegen in een overlegvergadering alvorens een advies wordt uitgebracht (lid 4). De WOR bevat geen termijn voor het uitbrengen van advies, maar aangenomen wordt dat hiervoor een redelijke termijn moet worden gelaten en dat de ondernemer na het verstrijken hiervan zal kunnen besluiten zonder advies. Als na het advies een besluit wordt genomen, wordt de OR daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte gebracht (lid 5). Wanneer het besluit niet overeenstemt met het advies van de OR, is de ondernemer verplicht de uitvoering van zijn besluit op te schorten tot een maand na de dag waarop de OR van het besluit in kennis is gesteld. Die verplichting vervalt wanneer de OR zulks te kennen geeft (lid 6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77a7e2718951e82a28ab89e364e260387e5c452d6eeada7e8568cd13e1fbf035. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77a7e2718951e82a28ab89e364e260387e5c452d6eeada7e8568cd13e1fbf035, en de alinea staat in dat document op bytes 54717 tot 56137.