Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Onder 2.7. Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:181.

Vergeefs poogt de advocaat van [eiseres] in zijn schriftelijke toelichting (onder 3 e.v.) nog een nieuwe klacht onder het middel te schuiven, dus een klacht die in het cassatiemiddel redelijkerwijs niet is te lezen. Die nieuwe klacht bespreek ik ten overvloede. [eiseres] beroept zich op art. 2:196a lid 1 tweede volzin BW. Die bepaling ziet op het tijdstip waarop de nieuwe rechthebbende op een aandeel voor het eerst de aan een aandeel verbonden rechten ten opzichte van de vennootschap kan uitoefenen. De bepaling zou van toepassing zijn geweest wanneer de boedel door levering de aandelen zou hebben herkregen. Dat is echter niet het geval. Als gevolg van de terugwerkende kracht van de vernietiging hebben de aandelen nimmer het vermogen van Crescendo verlaten. Deze klacht is dus ondeugdelijk, ook afgezien van het tijdstip waarop ze naar voren is gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d400ef417a8fc0d0af1a0d271e7a3d7fcb2d548eae9bd9d11664263118f95893. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d400ef417a8fc0d0af1a0d271e7a3d7fcb2d548eae9bd9d11664263118f95893, en de alinea staat in dat document op bytes 16842 tot 17718.