Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Onder 4.10 Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:19.

Deze klacht mist feitelijke grondslag. Het hof stelt immers vast dat aan Rabobank geen misdrijven worden verweten, maar wel dat zij ‘ tamelijk onwelwillend en hard is tegenover haar, door schuldenproblematiek geplaagde klanten [betrokkene 1] en [betrokkene 2] is opgetreden zonder hen goed te informeren, met een focus op het eigen (bank-)belang, en met weinig oog voor de belangen van die klanten ’ (rov. 4.3). Het hof stelt verder vast dat dit enigszins op de medewerkers afstraalt (rov. 4.4), maar dat hun eer en goede naam daardoor slechts indirect wordt geraakt waardoor de negatieve uitwerking op hun eer en goede naam navenant minder groot is. Het betreft hier verder een feitelijk oordeel dat niet onbegrijpelijk is en evenmin onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/beda6021f66af25ca478ec19aa66f8744c8fb46ac25d64598a25149881f7fd26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt beda6021f66af25ca478ec19aa66f8744c8fb46ac25d64598a25149881f7fd26, en de alinea staat in dat document op bytes 44255 tot 45065.