Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Onder 4.14 Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:19.

De vereiste serieuze, concrete en niet louter subjectieve aantasting van het privéleven of de persoonlijke levenssfeer vertaalt zich bij de afweging tussen het door art. 8 EVRM beschermde belang en de vrijheid van meningsuiting erin dat meewogen wordt wat de mate van inbreuk op het privéleven van betrokkene is. Daarbij gaat het er met name om wat de gevolgen zijn of zijn geweest van de bewuste publicatie voor betrokkene. Zo overweegt het ERHM in de zaak Von Hannover/Duitsland dat sprake is van ‘ a climate of continual harassment which induces in the person concerned a very strong sense of intrusion into their private life or even of persecution' . Deze voortdurende, indringende schending van het privéleven van Von Hannover legt veel gewicht in de schaal bij de uiteindelijke conclusie van het Hof, dat sprake is van schending van art. 8 EVRM. In andere zaken valt die afweging anders uit, omdat de gevolgen van de inbreuk op het privéleven door de publicatie niet ernstig zijn geweest. Daarbij kan meewegen dat de geuite beschuldigingen niet persoonlijk zijn gericht tegen bij de name genoemde personen, dat met betrekking tot de genoemde personen geen onnodig grievende woorden zijn gebruikt, dat geen onnodige details over het privéleven van betrokkene zijn vermeld of de schaal waarop de publicatie is verspreid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/beda6021f66af25ca478ec19aa66f8744c8fb46ac25d64598a25149881f7fd26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt beda6021f66af25ca478ec19aa66f8744c8fb46ac25d64598a25149881f7fd26, en de alinea staat in dat document op bytes 51309 tot 53176.