Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Onder 4.25 Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:19.

Als onderdeel van de door het hof gemaakte 'totale' belangenafweging onderzoekt het in rov. 5.7 terecht of het vermelden van de namen van de (oud-)medewerkers enig doel dient. Als het zo zijn dat de naamsvermelding helemaal niets toevoegt – dus geen enkel doel dient – zou dat hebben kunnen meebrengen dat het vermelden van de namen achterwege had moeten blijven. In het onderhavige geval wordt door het hof geoordeeld dat de namen niet nodeloos zijn genoemd, omdat ' het vermelden van de namen een functie vervult in de gekozen en voor dit soort non-fictie uitingen als effectief aan te merken narratieve opzet '. Het hof doelt daarmee op het ' fly-on-the-wall -principe' waarvan volgens RED gebruik is gemaakt bij het schrijven van het boek. Het noemen van de namen was dus niet zonder reden. Anders dan het middelonderdeel betoogt (sub IV.3) baseert het hof zijn oordeel dat de publicatie met namen toelaatbaar is, niet enkel op de vaststelling dat het noemen van de namen niet nodeloos is. Deze vaststelling is slechts één van de factoren die gewicht in de schaal legt bij de 'totale' belangenafweging, zoals deze door het hof is uitgevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/beda6021f66af25ca478ec19aa66f8744c8fb46ac25d64598a25149881f7fd26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt beda6021f66af25ca478ec19aa66f8744c8fb46ac25d64598a25149881f7fd26, en de alinea staat in dat document op bytes 72921 tot 74473.