Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017
Onder 4.26 Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:19.
De stelling van Rabobank dat namen van gewone burgers die geen belangrijke functie vervullen slechts gebruikt mogen worden indien sprake is van een noodzakelijk en proportioneel belang, is in zijn algemeenheid niet juist. Uit de jurisprudentie van het EHRM blijkt dat publieke personen meer hebben te dulden dan de gewone burger die geen publieke functie vervult en ook niet zelf de publiciteit heeft gezocht. Daaruit kan echter niet a contrario worden afgeleid dat personen die geen publieke bekendheid genieten, het recht hebben om niet bij naam genoemd te worden. Ook ten aanzien van deze personen dient een afweging plaats te vinden, zoals het hof die heeft gemaakt. De vraag of betrokkene een 'public figure ' is, is slechts een van de elementen die daarbij een rol speelt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/beda6021f66af25ca478ec19aa66f8744c8fb46ac25d64598a25149881f7fd26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt beda6021f66af25ca478ec19aa66f8744c8fb46ac25d64598a25149881f7fd26, en de alinea staat in dat document op bytes 75793 tot 76909.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/beda6021f66af25ca478ec19aa66f8744c8fb46ac25d64598a25149881f7fd26 | shasum -a 256