Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Onder 4.29 Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:19.

Ook deze klacht kan niet slagen. De overweging van het hof in rov. 5.8, dat het niet in de lijn der verwachting lag dat de (oud-)medewerkers negatieve gevolgen van meer dan beperkte betekenis zouden ondervinden van het feit dat zij in het boek bij naam worden genoemd, houdt een appreciatie in van de ernst van de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen door de publicatie. Het hof heeft dit aspect dus nadrukkelijk onder ogen gezien en betrokken bij de belangenafweging. In die appreciatie ligt besloten dat de door Rabobank genoemde omstandigheden – met name dat de (oud-)medewerkers geen publieke figuur zijn, niet zelf de publiciteit hebben gezocht en dat hun namen niet op andere wijze te traceren zijn – het hof niet tot een ander oordeel leidden, hetgeen niet onbegrijpelijk is. Duidelijk is in ieder geval dat het hof hier niet van iets anders is uitgegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/beda6021f66af25ca478ec19aa66f8744c8fb46ac25d64598a25149881f7fd26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt beda6021f66af25ca478ec19aa66f8744c8fb46ac25d64598a25149881f7fd26, en de alinea staat in dat document op bytes 77898 tot 78797.