Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:19.

Bij de toetsing of de beperking noodzakelijk is, kan de rechter voor de vraag komen te staan hoe de noodzaak voor een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting zich verhoudt tot de noodzaak voor een inbreuk op het recht van eerbieding van de eer en de goede naam. Het EHRM hanteert als uitgangspunt dat deze twee fundamentele rechten een gelijkwaardig niveau hebben. Niet kan worden gezegd dat in het algemeen een ‘ presumption in favour ’ voor één van beide rechten bestaat. Het criterium is of de nationale rechter een ‘ fair balance’ tussen beide rechten heeft gevonden door afweging van de bijzondere omstandigheden van het geval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/beda6021f66af25ca478ec19aa66f8744c8fb46ac25d64598a25149881f7fd26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt beda6021f66af25ca478ec19aa66f8744c8fb46ac25d64598a25149881f7fd26, en de alinea staat in dat document op bytes 25768 tot 26555.