Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017

Onder 5.9 Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:193.

Dat eiser, zoals hij tegenover het gerechtshof te Amsterdam heeft verklaard, voor de moedermaatschappij is opgetreden en niet voor [A] , is dus niet relevant. Eiser had als een van de bestuurders van [A] de bevoegdheid om tot verplaatsing van [A] naar Israël te besluiten. Eiser heeft zich hier niet tegen verzet. Uit de uitspraak van het gerechtshof en de gedingstukken blijkt dat de verhuizing een minutieus geplande operatie was, die was ingegeven door fiscale motieven. [A] en, via haar, haar bestuurders, waren daarbij net zo betrokken als de moedermaatschappij en haar bestuurders. Eiser was bestuurder van zowel [A] als de moedermaatschappij. De rechtbank acht de verklaring van eiser dat hij niet met de verplaatsing belast was, niet geloofwaardig. (…) Dat hij niet persoonlijk de met de verplaatsing gemoeide activiteiten en handelingen heeft uitgevoerd, is niet van belang. Naar het oordeel van de rechtbank is cruciaal dat eiser met de verplaatsing heeft ingestemd en kennelijk verantwoordelijkheid heeft aanvaard voor de uitvoering van het ten behoeve van de verplaatsing opgestelde stappenplan (…) en een correcte afwikkeling van de aangelegenheden van [A] in Nederland.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e998323ce758375ad99184d54e6ba4b598f680abfed1aa092173500a8dfd5ee5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e998323ce758375ad99184d54e6ba4b598f680abfed1aa092173500a8dfd5ee5, en de alinea staat in dat document op bytes 156113 tot 157378.