Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2017

Onder 7.4 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:198.

In geschil bij het gerechtshof Amsterdam was of de bezwaren tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht niet-ontvankelijk waren verklaard door de heffingsambtenaar. Het hof oordeelde dat belanghebbende geen feiten en omstandigheden aannemelijk had gemaakt die het oordeel zouden kunnen rechtvaardigen dat sprake was van verschoonbare termijnoverschrijdingen in de zin van artikel 6:11 Awb. Dat zijn beroepen gericht tegen (opgelegde boeten ter zake van) verkeersovertredingen (ondanks termijnoverschrijding) ontvankelijk zijn geacht door de Officier van Justitie, maakt dat niet anders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6079ec886aae1fe0db43485479932a21d9a10948c5624ec5e3c76f4e8250409f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6079ec886aae1fe0db43485479932a21d9a10948c5624ec5e3c76f4e8250409f, en de alinea staat in dat document op bytes 104972 tot 105578.