Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017

Onder 3.6. Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:201.

“Uit het ESCAPE-arrest en uit de eerdere "herkwalificatie"-jurisprudentie kan worden afgeleid dat bij de fiscale beoordeling van een contractuele relatie tussen een belastingplichtige en een andere partij slechts die contractuele relatie fiscaal gewogen moet worden. Indien de belastingplichtige daarnaast met dezelfde wederpartij nog andere relaties is aangegaan, is de Hoge Raad bereid om deze mede in overweging te nemen (BNB 1997/233 enzovoorts). Is er nog een derde partij bij de transactie betrokken en is er sprake van een wederzijds op de hoogte zijn van elkaars rol en betrokkenheid, samenhang/afhankelijkheid, dan zal nauwkeurig onderzocht moeten worden wat de rol van die derde is (BNB 1997/148 enzovoorts). Indien de belastingplichtige in het ESCAPE-arrest de warrants bijvoorbeeld uitsluitend gezamenlijk had kunnen verwerven of de ESCAPEs niet tussentijds had kunnen uitoefenen, zou de betrokkenheid van BBP als uitgevende instelling ertoe geleid hebben dat de ESCAPE-koopsom moest worden gekwalificeerd als de hoofdsom van een geldlening. Dit laatste had zich volgens de Hoge Raad niet voorgedaan, waardoor het theoretische beursrisico-element kwalificatie als geldlening verhinderde.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77946313389321dd45f8e51850b2a2619ef2ac90f658cdb313e21e7c0fe1f02e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77946313389321dd45f8e51850b2a2619ef2ac90f658cdb313e21e7c0fe1f02e, en de alinea staat in dat document op bytes 39311 tot 40529.