Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017

Onder 5.4 Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:201.

“4.4.2. Echter, door de IRS-kosten tot de kosten die zijn bedoeld in artikel 3.120, eerste lid, onderdeel a, van de Wet te rekenen, heeft de rechtbank aan de in die bepaling bedoelde kosten een te ruime uitleg gegeven. De IRS-kosten zijn op zichzelf immers geen renten van schulden, dan wel daaronder te begrijpen kosten van geldleningen; zij bestaan uit het saldo van een door [naam bank] aan belanghebbende verschuldigde variabele premie op basis van de variabele Euribor-rente (in 2009 € 24.879) en een door belanghebbende aan [naam bank] verschuldigde vaste premie op basis van een – naar het Hof begrijpt – per 1 juli 2008 geldende vaste rente van 4,67% (in 2009 € 51.542), berekend over een fictieve hoofdsom van € 2.300.000 vanaf 1 juli 2008 en van € 1.052.000 vanaf november 2009 (welke voor deze berekening slechts als rekengrootheid fungeert).”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77946313389321dd45f8e51850b2a2619ef2ac90f658cdb313e21e7c0fe1f02e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77946313389321dd45f8e51850b2a2619ef2ac90f658cdb313e21e7c0fe1f02e, en de alinea staat in dat document op bytes 42100 tot 42983.