Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017

Onder 2.2. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:205.

Hieruit volgt dat ook bij een verzoek tot het verlenen van een nieuwe voorwaardelijke machtiging de rechter de persoon die het betreft vooraf dient te horen. Wanneer de rechter constateert dat betrokkene niet gehoord wenst te worden, kan de rechter beschikken op het verzoek van de officier van justitie zonder betrokkene te horen . Op zichzelf is een mogelijkheid om ondubbelzinnig afstand te doen van het recht te worden gehoord niet in strijd met de eisen die art. 5 (lid 1 onder e) en art. 6 lid 1 EVRM stellen: in de rechtspraak van het EHRM wordt de mogelijkheid van afstand van recht (‘ waiver of the right’ ) erkend . Niettemin staat het gebruik van afstandsverklaringen ten aanzien van het recht te worden gehoord op verzoeken om (nieuwe) voorwaardelijke machtigingen nog wel eens ter discussie, omdat niet in alle gevallen verzekerd is dat de betrokkene in vrijheid de verklaring heeft afgelegd én op dat moment in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake . Voor de afdoening van het huidige cassatieberoep kan dit onderwerp verder blijven rusten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0513d11e94670a95f29b44920b3af5a23fe62a52a45298c01b996b5f465d41d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0513d11e94670a95f29b44920b3af5a23fe62a52a45298c01b996b5f465d41d, en de alinea staat in dat document op bytes 8257 tot 9593.