Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2017
Onder 6.19. Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:208.
Ik bespreek vervolgens tweede deelklacht. Het oordeel van het hof dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten ten aanzien van het concrete plan (het ontvoeren van de persoon in kwestie) nu de verdachte intensief was betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van de actie en hij daarmee een wezenlijke bijdrage heeft geleverd, acht ik toereikend gemotiveerd. Ik meen dat uit de door het hof daarbij in aanmerking genomen vastgestelde gedragingen van de verdachte, te weten dat de verdachte, nadat hij was ingelicht over het plan tot ontvoering, een bus heeft geregeld, in die bus heeft gereden en heeft gezien dat zijn mededaders wapens in die bus meenamen, een bivakmuts heeft opgezet, uit de bus is gestapt en richting de woonwagen is gelopen en dat hij zich heeft opgesteld tussen de anderen terwijl zichtbaar wapens werden gedragen die op de woonwagen werden gericht, reeds volgt dat zijn bijdrage van voldoende gewicht is om van medeplegen te kunnen spreken, waarbij ik opmerk dat in die omstandigheden besloten ligt dat het aandeel van de verdachte mede bestond uit het bedreigende karakter van zijn aanwezigheid als deel van de groep. Anders dan de steller van het middel meent, kan onder de gegeven omstandigheden niet gezegd worden dat de verdachte alleen typische medeplichtigheidshandelingen heeft verricht. Dat zou wellicht anders zijn als hij de bus niet had verlaten, maar niet nu hij zich met de anderen in slagorde bij de woonwagen heeft opgesteld. Het feit dat hij de bus bestuurde, kan dan ook net zo goed geduid worden als een uitvloeisel van een leidende rol bij het geheel. In dit verband verdient opmerking dat de verdachte ter terechtzitting van het hof geen klare wijn schonk toen hem werd gevraagd hoe hij de weg wist naar het woonwagenkamp. Dat de verdachte – naar in cassatie als vaststaand moet worden aangenomen – als enige geen vuurwapen heeft gedragen, maakt mijns inziens niet dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is. Dat enkele feit brengt niet met zich mee dat het aandeel van de verdachte van onvoldoende gewicht is geweest om van medeplegen te kunnen spreken. Ook de tweede deelklacht faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e834095c5fc07dae6c7c1410a896eedd031ba3aa119a20438399403017fe6ec6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e834095c5fc07dae6c7c1410a896eedd031ba3aa119a20438399403017fe6ec6, en de alinea staat in dat document op bytes 51700 tot 54173.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e834095c5fc07dae6c7c1410a896eedd031ba3aa119a20438399403017fe6ec6 | shasum -a 256