Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:21.

Hiermee bevat het onderdeel dezelfde vraagstelling als aan de orde was in de prejudiciële procedure met nr. 16/02674. De Hoge Raad heeft daarin op 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2998 ( Mediant/X ) uitspraak gedaan. Met die uitspraak is duidelijk geworden dat de werkgever naar het thans geldende recht nog steeds de mogelijkheid heeft een verzoek te doen tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor het geval het ontslag op staande voet wordt vernietigd (rov. 3.4.6). Daarbij is overwogen dat het wenselijk is dat de rechter het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet en tot (voorwaardelijke) ontbinding zoveel mogelijk gelijktijdig behandelt en beslist, ook wanneer, zoals in de onderhavige zaak het geval is, de kantonrechter in een van beide procedures bewijslevering noodzakelijk acht (zie rov. 3.6.1-3.6.2, alsmede de situatie bedoeld onder (c), uitgewerkt in rov. 3.9.1-3.9.2).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91d56c57c97eda047f94fafbcb7d3f1fdd297bab2ae06ff13916e88312451083. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91d56c57c97eda047f94fafbcb7d3f1fdd297bab2ae06ff13916e88312451083, en de alinea staat in dat document op bytes 14379 tot 15333.