Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017
Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:21.
Ook deze klacht dient te falen, omdat deze ten onrechte tot uitgangspunt neemt dat het onder de Wwz mogelijk zou zijn dat na aanwending van een rechtsmiddel nog de vernietiging van de opzegging zou kunnen worden uitgesproken. Zoals hiervoor onder 2.10 al is vermeld, volgt dit uit art. 7:683 lid 3 BW, waarin is bepaald dat indien de rechter in hoger beroep of na verwijzing in cassatie oordeelt dat het verzoek om vernietiging van de opzegging ten onrechte is afgewezen, hij de werkgever kan veroordelen de arbeidsovereenkomst te herstellen of aan de werknemer een billijke vergoeding kan toekennen. Ik ga er dan ook vanuit dat de overweging van de Hoge Raad in rov. 3.13.1 van het Mediant-arrest dat, kort gezegd, met de in art. 7:683 lid 3 BW gegeven bevoegdheden onverenigbaar is dat “ de kantonrechter desverlangd de voorwaardelijk verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst (ook) zou uitspreken voor het geval de appel- of verwijzingsrechter, anders dan de kantonrechter, het op staande voet gegeven ontslag zou vernietigen ” (cursivering en onderstreping A-G), op een verschrijving berust. Bedoeld zal zijn: ‘…voor het geval de appel- of verwijzingsrechter, anders dan de kantonrechter, zou oordelen dat het ontslag op staande voet ten onrechte is gegeven en de werkgever veroordeelt de arbeidsovereenkomst te herstellen .’
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91d56c57c97eda047f94fafbcb7d3f1fdd297bab2ae06ff13916e88312451083. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91d56c57c97eda047f94fafbcb7d3f1fdd297bab2ae06ff13916e88312451083, en de alinea staat in dat document op bytes 24557 tot 26104.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/91d56c57c97eda047f94fafbcb7d3f1fdd297bab2ae06ff13916e88312451083 | shasum -a 256