Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017

Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:21.

Hiermee is in ieder geval duidelijk dat de kantonrechter niet de ontbinding mag uitspreken onder een voorwaarde die betrekking heeft op de uitkomst van de opzeggingsprocedure in hoger beroep of na verwijzing. Dat mag niet omdat de kantonrechter dan de appelrechter of de verwijzingsrechter in de opzeggingsprocedure – in mijn woorden – voor de voeten zou lopen en die rechter zou beperken in de te maken keuze voor herstel van de arbeidsovereenkomst dan wel toekenning van een billijke vergoeding. Gelet op deze ratio is aannemelijk dat het voorgaande ook geldt wanneer de aan een ontbindingsverzoek verbonden voorwaarde (enigszins) anders is geformuleerd dan onder (a) of (b) in het antwoord op prejudiciële vraag C, maar wel betrekking heeft op de uitkomst van de opzeggingsprocedure in hoger beroep of na verwijzing. Zo zal ook een verzoek aan de kantonrechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder de voorwaarde 'dat het hof zal oordelen dat het verzoek om vernietiging van de opzegging ten onrechte is afgewezen' , moeten worden afgewezen voor zover het betrekking heef op het toekomstig oordeel van het hof. Een voorwaardelijk verzoek tot ontbinding bij de kantonrechter kan alleen worden gedaan onder een voorwaarde die betrekking heeft op de uitkomst van de opzeggingsprocedure bij de kantonrechter .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91d56c57c97eda047f94fafbcb7d3f1fdd297bab2ae06ff13916e88312451083. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91d56c57c97eda047f94fafbcb7d3f1fdd297bab2ae06ff13916e88312451083, en de alinea staat in dat document op bytes 35142 tot 36585.