Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017

Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:21.

De vraag is vervolgens of in hoger beroep een voorwaardelijk ontbindingsverzoek kan worden gedaan onder een voorwaarde die betrekking heeft op de uitkomst van de opzeggingsprocedure in hoger beroep of na verwijzing. De overweging van de Hoge Raad in de hiervoor geciteerde rov. 3.13.1 'dat slechts als voorwaarde [kan] worden gesteld dat het op staande voet gegeven ontslag door de rechter van dezelfde aanleg wordt vernietigd ', duidt er m.i. op dat die voorwaarde wél kan worden gesteld. Hoewel ook hier weer moet worden aangetekend dat de rechter in hoger beroep het ontslag op staande voet niet kán vernietigen, zodat in hoger beroep niet de voorwaardelijke ontbinding kan worden verzocht voor het geval de appelrechter de opzegging vernietigt. Ook de overweging in rov. 3.13.2, dat het nog wel degelijk zinvol is om een voorwaardelijk verzoek tot ontbinding te doen, omdat langs die weg de gevolgen van het eventuele oordeel dat het op staande voet gegeven ontslag niet gerechtvaardigd was in de desbetreffende instantie kunnen worden beperkt , is een sterke aanwijzing dat ook in hoger beroep voorwaardelijke ontbinding kan worden verzocht. De reden daarvoor is dat een eventuele loonvordering als gevolg van een vernietiging door de appelrechter van het ontslag op staande voet, in tijd kan worden beperkt (rov. 3.13.2).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91d56c57c97eda047f94fafbcb7d3f1fdd297bab2ae06ff13916e88312451083. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91d56c57c97eda047f94fafbcb7d3f1fdd297bab2ae06ff13916e88312451083, en de alinea staat in dat document op bytes 36665 tot 38110.