Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017
Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:21.
Dit leidt ertoe dat zich kan voordoen dat de ene appelrechter (in de opzeggingsprocedure) beslist dat herstel van de arbeidsovereenkomst tegen een bepaald tijdstip geboden is en de andere appelrechter (in de ontbindingsprocedure) oordeelt dat géén herstel dient plaats te vinden. Die laatste rechter dient de overeenkomst dan te ontbinden tegen een in de toekomst gelegen tijdstip. Natuurlijk is het praktischer en overzichtelijker wanneer beide beslissingen zoveel mogelijk tezamen worden genomen. De Hoge Raad heeft daarom in de Mediant-uitspraak (bij de beantwoording van vraag B) benadrukt dat het wenselijk is dat de rechter het verzoek van de werknemer tot vernietiging van het ontslag op staande voet, en het voorwaardelijk verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, zoveel mogelijk gelijktijdig behandelt en beslist, ook wanneer in de opzeggingsprocedure een tussenuitspraak wordt gewezen (rov. 3.9.2).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91d56c57c97eda047f94fafbcb7d3f1fdd297bab2ae06ff13916e88312451083. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91d56c57c97eda047f94fafbcb7d3f1fdd297bab2ae06ff13916e88312451083, en de alinea staat in dat document op bytes 42999 tot 43949.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/91d56c57c97eda047f94fafbcb7d3f1fdd297bab2ae06ff13916e88312451083 | shasum -a 256