Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017

Onder 2.27 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:21.

Art. 23 Rv bepaalt dat de rechter beslist over al hetgeen partijen hebben gevorderd of verzocht. In art. 237 Rv, dat op grond van art. 353 lid 1 Rv van overeenkomstige toepassing in hoger beroep, is onder meer geregeld dat de partij die in het ongelijk wordt gesteld in de kosten wordt veroordeeld. Als de uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd, hoeft het hof geen beslissing te geven over de kosten van de eerste aanleg omdat dit in de bekrachtigde uitspraak al is gedaan. Als de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, zal het hof wél moeten beslissen over de kosten van de eerste aanleg. Hoewel in de onderhavige zaak strikt genomen geen sprake is van vernietiging van de beschikking van de kantonrechter, had het hof die vernietiging eigenlijk wel moeten uitspreken (zie onder 2.15). Zijn beslissing is materieel ook gelijk te stellen met een vernietiging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91d56c57c97eda047f94fafbcb7d3f1fdd297bab2ae06ff13916e88312451083. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91d56c57c97eda047f94fafbcb7d3f1fdd297bab2ae06ff13916e88312451083, en de alinea staat in dat document op bytes 49365 tot 50442.