Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2017
Onder 5.3. Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:210.
Het hof overweegt voorts dat de bovenstaande, tot het bewijs gebezigde DNA-sporen - zoals de verdediging terecht stelt - zijn aangetroffen op verplaatsbare voorwerpen. Een aannemelijke verklaring voor de aanwezigheid van die DNA-sporen, die zou kunnen leiden tot het oordeel dat die sporen geen verband houden met de schietpartij, is echter door verdachte niet gegeven. Verdachte heeft ter zitting in eerste aanleg verklaard dat hij niet in Breda was, nooit in Breda is geweest, hij niks weet van het misdrijf, maar dat het mogelijk is dat hij met dingen in het busje in aanraking is geweest. In hoger beroep heeft verdachte zich op zijn zwijgrecht beroepen. Het hof acht de verklaring van verdachte afgelegd in eerste aanleg, zonder nadere onderbouwing, onvoldoende om te spreken van een aannemelijke verklaring voor de aanwezigheid van de DNA-sporen op de voorwerpen zoals aangetroffen in de bus. Het dossier bevat ook overigens geen enkele aanwijzing dat de sporen daar op een andere manier of ander moment zijn ontstaan of terechtgekomen dan door het optreden van de leden van de groep die betrokken waren bij het schietincident.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ecd5fbf0c7062ab181d2a82fa76ed3f8393cbcbab9ad464fb90d9f673d1ab66. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ecd5fbf0c7062ab181d2a82fa76ed3f8393cbcbab9ad464fb90d9f673d1ab66, en de alinea staat in dat document op bytes 12973 tot 14119.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ecd5fbf0c7062ab181d2a82fa76ed3f8393cbcbab9ad464fb90d9f673d1ab66 | shasum -a 256