Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017
Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:22.
In onderhavige procedure is niet in geschil dat FBS (in ieder geval) haar vordering tot terugbetaling van de koopsom en de daarover verschuldigde rente heeft verpand en dat FGH, als hoogst gerangschikte pandhouder als bedoeld in art. 3:246 lid 3 BW, op 7 januari 2013 tijdens de eerste cassatieprocedure mededeling van dit pandrecht heeft gedaan, waardoor dit pandrecht op dat moment is omgezet van een stil pandrecht naar een openbaar pandrecht. Na deze mededeling is de pandhouder bevoegd in en buiten rechte nakoming van de verpande vordering te eisen en betalingen in ontvangst te nemen (art. 3:246 lid 1 BW). De pandgever is daartoe niet meer bevoegd, behoudens verkregen toestemming van de pandhouder of machtiging van de kantonrechter (art. 3:246 lid 4 BW). Subonderdeel 2.a gaat er dus terecht vanuit, dat de inningsbevoegdheid bij FGH als pandhouder is komen te liggen en niet meer bij FBS berust, tenzij FBS anderszins gerechtigd zou zijn de procedure in het belang van de pandhouder voort te zetten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99ff12a63fee37f6d53b5b0372c8b1d871ff2bf837f2adf0edb8a8c1d126ca3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99ff12a63fee37f6d53b5b0372c8b1d871ff2bf837f2adf0edb8a8c1d126ca3b, en de alinea staat in dat document op bytes 44486 tot 45701.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/99ff12a63fee37f6d53b5b0372c8b1d871ff2bf837f2adf0edb8a8c1d126ca3b | shasum -a 256