Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017

Onder 3.8.1 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:22.

Partijen debatteren over de betekenis van de omstandigheid dat FBS de procedure heeft voortgezet. FBS is de procedure aangevangen als formele procespartij en, nu zij schuldeiser is van de vordering, als materiële procespartij. Na mededeling van de verpanding verloor FBS in beginsel haar procesbevoegdheid met betrekking tot de inning van de vordering. Daarom had FGH de procedure van FBS op de voet van art. 225 Rv kunnen doen schorsen en hervatten, waarbij FGH formele procespartij zou zijn geworden en FBS materiële procespartij zou zijn gebleven. Wordt het geding echter niet geschorst, dan heeft de pandgever ex artikel 225 lid 2 Rv de mogelijkheid de procedure binnen dezelfde instantie voort te zetten. Daarvan kan in dit geval gesproken worden. Nu de eerste mededeling van een pandrecht plaats vond tijdens de eerste cassatieprocedure, was FBS bij aanvang van de eerste hofprocedure nog procesbevoegd en heeft zij die bevoegdheid behouden in de hofprocedure na cassatie en verwijzing, die heeft te gelden als een voortzetting van de eerste appelprocedure en derhalve als dezelfde instantie. Nu geen schorsing heeft plaatsgevonden, blijft FBS dus optreden als formele procespartij in de appelinstantie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99ff12a63fee37f6d53b5b0372c8b1d871ff2bf837f2adf0edb8a8c1d126ca3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99ff12a63fee37f6d53b5b0372c8b1d871ff2bf837f2adf0edb8a8c1d126ca3b, en de alinea staat in dat document op bytes 45770 tot 47185.