Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017

Onder 3.8.2 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:22.

Volgens FBS (s.t. nr. 2.1.4) volgt uit het voorgaande dat het verwijzingshof de vorderingen van FBS kon toewijzen en gaat het verder slechts om een kwestie van executie. Steun hiervoor is te vinden bij Von Schmidt auf Altenstad, die er op wijst dat bij een veroordeling ten gunste van een oorspronkelijke partij diens opvolger ingevolge art. 6:142 lid 1 BW op eigen naam zal kunnen executeren, met inachtneming van het bepaalde in art. 431a Rv over betekening van overgang van de executiebevoegdheid. Wat bij overgang van een vordering geldt, geldt ook bij overgang van de inningsbevoegdheid op de pandhouder, lijkt dan de gedachte te zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99ff12a63fee37f6d53b5b0372c8b1d871ff2bf837f2adf0edb8a8c1d126ca3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99ff12a63fee37f6d53b5b0372c8b1d871ff2bf837f2adf0edb8a8c1d126ca3b, en de alinea staat in dat document op bytes 47299 tot 48016.