Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017

Onder 2.10.4 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:22.

- Voor zover Vano dit opschortingsrecht ontleent aan een vordering tot schadevergoeding vanwege de executoriale verkoop tegen een te laag bedrag, wijst het hof dit verweer af. Hoewel niet ondenkbaar is dat Vano een dergelijke vordering heeft zal de hoogte daarvan in een afzonderlijke procedure moeten worden vastgesteld. Vano heeft de hoogte van de vordering gesteld op het verschil tussen de onderhandse koopprijs en de executoriale verkoopprijs. Vano heeft niets gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt ten aanzien van de mogelijkheid van onderhandse verkoop. Dat er iemand of een onderneming bereid was de onroerende zaak te kopen tegen een hogere prijs dan de executieopbrengst is niet gebleken. Het hof wijst erop dat banken bij het bestaan van een onderhandse koper de executieveiling veelal afblazen en tot onderhandse verkoop overgaan (eventueel met instemming van de voorzieningenrechter). Tegen deze achtergrond is het bestaan van een schadevergoedingsvordering onvoldoende aannemelijk om een beroep op opschorting te rechtvaardigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99ff12a63fee37f6d53b5b0372c8b1d871ff2bf837f2adf0edb8a8c1d126ca3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99ff12a63fee37f6d53b5b0372c8b1d871ff2bf837f2adf0edb8a8c1d126ca3b, en de alinea staat in dat document op bytes 26423 tot 27480.