Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017

Onder 5.3 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:221.

Over het ontbreken van een tegenbewijsregeling onder de Wet IB 1964 is in de wetsgeschiedenis opgetekend dat daarvan werd afgezien om “allerlei geschillen omtrent de uitermate moeilijk controleerbare omvang van het privé-gebruik van een personenauto uit te sluiten”. Een mogelijkheid tot tegenbewijs zou bovendien “de voordelen van het handhaven van de in 1951 tot stand gekomen forfaitaire – en daardoor van een zekere grofheid niet vrij te pleiten – regeling illusoir maken.” Daaruit volgt dat om doelmatigheidsredenen en ter vermijding van juridisch getouwtrek werd afgezien van een tegenbewijsregeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eab1dbcffc4fd776fbfd667f2ff0cff597a61e2268dd3b7e7bd3c88f18a90653. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eab1dbcffc4fd776fbfd667f2ff0cff597a61e2268dd3b7e7bd3c88f18a90653, en de alinea staat in dat document op bytes 57543 tot 58303.