Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017
Onder 6.4 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:221.
De Hoge Raad laat de openingstekst prevaleren en is van mening dat geen sprake is van een ter beschikking gestelde auto als de auto louter voor zakelijke opdrachten wordt gebruikt. In dat geval is naar het oordeel van ons hoogste rechtscollege de feitelijke beschikkingsmacht bij de werkgever gebleven. Daarbij lijkt in feite voorbij te worden gaan aan de al dan niet bestaande mogelijkheden om ook in privé gebruik te kunnen maken van de auto. Als de werknemer stelt dat de auto van de zaak louter is gebruikt voor zakelijke ritten (volgens dit arrest dus “zakelijke opdrachten”; zie r.o. 2.3.2), zal de fiscus in de praktijk toch in een duidelijk moeilijker positie komen om aannemelijk te maken dat de auto ook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eab1dbcffc4fd776fbfd667f2ff0cff597a61e2268dd3b7e7bd3c88f18a90653. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eab1dbcffc4fd776fbfd667f2ff0cff597a61e2268dd3b7e7bd3c88f18a90653, en de alinea staat in dat document op bytes 78478 tot 79259.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eab1dbcffc4fd776fbfd667f2ff0cff597a61e2268dd3b7e7bd3c88f18a90653 | shasum -a 256