Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:221.

27. Voor wat betreft de vraag op wie de bewijslast rust dat de auto ter beschikking is gesteld heeft de Hoge Raad in zijn uitspraak van 13 augustus 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN3831, het volgende overwogen “(...) De inspecteur dient aannemelijk te maken dat de auto aan de betrokken belastingplichtige ter beschikking was gesteld. Indien de inspecteur daarin slaagt, geldt ingevolge artikel 3.145, lid 1, Wet IB het vermoeden dat die auto ook voor privédoeleinden ter beschikking stond. Dit vermoeden houdt stand tenzij de belastingplichtige doet blijken dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 km voor privédoeleinden is aangewend. (...)” Deze bewijslastverdeling heeft eveneens te gelden bij artikel 13bis van de Wet LB 1964, dat het vervallen artikel 3.145, eerste lid, van de Wet IB 2001 heeft vervangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eab1dbcffc4fd776fbfd667f2ff0cff597a61e2268dd3b7e7bd3c88f18a90653. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eab1dbcffc4fd776fbfd667f2ff0cff597a61e2268dd3b7e7bd3c88f18a90653, en de alinea staat in dat document op bytes 21846 tot 22676.