Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:221.

28. De Hoge Raad heeft in zijn uitspraak van 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1360, geoordeeld over de casus die ook aan de orde was in de door eiseres aangehaalde uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 10 september 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:6629. De Hoge Raad overweegt onder 2.3.2. “(…) dat niet in elk geval waarin een werknemer een auto van zijn werkgever (...) heeft bestuurd, gezegd kan worden dat die auto aan de werknemer ter beschikking is gesteld in de zin van artikel 13bis, lid 1, van de Wet LB 1964. Zo is van een dergelijke terbeschikkingstelling geen sprake in een geval waarin een of meer werknemers die auto slechts besturen ter uitvoering van bepaalde opdrachten van de werkgever (...) om in diens belang personen of goederen te vervoeren, zodat de feitelijke beschikkingsmacht over de auto bij de werkgever (...) blijft berusten. Kennelijk is het Hof ervan uitgegaan dat hier sprake is van een zodanig geval. Daarmee heeft het Hof geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. (...)”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eab1dbcffc4fd776fbfd667f2ff0cff597a61e2268dd3b7e7bd3c88f18a90653. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eab1dbcffc4fd776fbfd667f2ff0cff597a61e2268dd3b7e7bd3c88f18a90653, en de alinea staat in dat document op bytes 22686 tot 23711.